tând (tând = mv, taendje(s) = verkl.w), tand  
tar, teer  
tas (koffie), kopje (koffie)   
tak  (tek = mv, tekske(s) = verkl.w), tak  
teggeworrig, tegenwoordig  
tes (tes = mv), zak  
tesnuzzik, zakdoek  
teun, toonbank   
thuus, thuis  
tieleke (tielekes = mv), mesthoopje  
tiën (tiën = mv), teen  
tieslepke (tieslepke(s) = mv), pannenlap  
tisneus, tiskônt, iemand die heel kieskeurig met eten is  
tisse, kieskeurig zijn met eten  
täötendek, 1. benaming voor een simpele vrouw 2. deksel van melktuit  
toe, dicht  
toegenaejd, gierig, pinnig  
toestrak/toenet, pas geleden, zo even, daarnet  
toête (getoêt), 1. toeteren 2. het loeien van koeien   
tod, (todde = mv, tödje(s) = verkl.w), vod, lompen  
toddekél/toddekremmer, lompenboer, voddenboer   
tòmp (tòmpe = mv, tumpke(s) = verkl.w), hoek  
tòng (tònge = mv, tungske(s) = verkl.w), tong  
tònnemoes, zuurkool  
touw (touwe = mv, töwke(s) = verkl.w), touw  
traeje (getraejd), lopen  
trap (trappe = mv, trepke(s) = verkl.w), trap  
trappiêre (getrappierd), betrappen  
trekbuul, type accordeon met knoppen i.p.v. toetsen   
triêzele (getriezeld), hard rond draaien  
trop, grote groep  
tuiteborsel (tuiteborsels = mv), borstel om melkbussen schoon te maken   
tutfles (tutflesse = mv, tutfleske(s) = verkl.w), zuigfles  
tuur, pin met ketting voor bevestiging aan halsband voor begrazing  
twedderlei, twee soorten  




   





     

 







Webdesign COMMARTS